|
|
versie: 12 juni 2016
![]() Online periodiek voor droge feiten | inleiding | voorpagina De Zaak WNC De politie en het OM
Wie anno 2016 terugblikt op de politieonderzoeken van 1990, 1999 en 2004/2005, kan niet anders dan concluderen dat rechercheurs er destijds op gebrand waren de zaak op te lossen. Dat ze dat niet gelukt is, ligt in de eerste plaats aan de actieve tegenwerking door enkele lieden uit de WNC-scene. Maar er blijft een aantal vragen onbeantwoord, vooral over waarom het Openbaar Ministerie destijds niet heeft doorgepakt. 1. Moord voor zelfmoord aanzien Direct na de vondst van Marco's lichaam gingen de politie en de schouwarts ervan uit dat het om een zelfmoordgeval zou gaan. Daarom werd op de kleding van en voorworpen bij Marco niet naar vingerafdrukken gezocht. Ook werd Marco's lichaamstemperatuur niet opgenomen, noch die van de buitenlucht. Dat politie en schouwarts het aanvankelijk als zelfmoord beoordeelden, is veroorzaakt door een enkele lieden, die, terwijl het onderzoek nog gaande was, verklaarden dat het om zelfmoord zou gaan. De stukken dakpan naast het lichaam en de strop leken daar ook op te wijzen. Pas na de sectie, op maandag 23 april 1990, werd het duidelijk dat Marco beslist geen zelfmoord had gepleegd. Alles duidde er op dat hij ten gevolgde van zware mishandeling om het leven was gekomen. NB: In 1990 werd bij het onderzoek van Marco niet naar DNA-sporen gezocht. Dat gebeurde destijds nog niet standaard. 2. Het niet vervolgen van liegende getuigen De Officier van Justitie vraagt vervolgens een rechterlijke machtiging aan, om sporenonderzoek in het pand te doen. Dat en een schouw vinden plaats op 25 en 27 april. Er wordt niets gevonden, wat niemand verbaast. Want als er al sporen - naast het op 20 april aangetroffen touw en de stukken dakpan - waren, dan hebben de eventuele daders en/of medeplichtigen alle tijd gehad deze te verwijderen. Uit de schouw en uit het forensisch onderzoek van het touw blijkt wel dat tenminste een van de tot dan gehoorde getuigen uit het WNC, Tabe K., de rechercheurs misleid heeft. Hij had op dat moment gearresteerd en vervolgd kunnen worden, wegens het hinderen van een moordonderzoek. Dat is niet gebeurd. Waarom niet? Dat blijft de vraag. Op 15 mei 1990 was het de politie duidelijk dat Marco was gestorven kort na een ruzie tussen hem enerzijds en anderzijds Karin P. en haar nieuwe vriend, de man bijgenaamd Satan. Je hoeft geen Sherlock Holmes te zijn om daaruit te concluderen dat Karin en Satan hierdoor als hoofdverdachten in beeld kwamen. De politie heeft toen wel gepoogd Satan te spreken, maar ze konden hem niet vinden. Dat was geen fout van de politie. Satan was gevlucht en zat ondergedoken. De vraag blijft wel waarom Karin P. toen niet is aangehouden en ondervraagd: ze heeft in 1990 enkel op vrijwillige basis een aantal verklaringen afgelegd – verklaringen die, ook toen al, aantoonbaar niet klopten.1 3. Terughoudend optreden Op 5 mei 1990 berichtte het Nieuwsblad van het Noorden dat rechercheurs van de Groninger politie vonden dat de rechter-commissaris en de officier van Justitie te voorzichtig waren in het moordonderzoek. Justitie zou volgens enkele politiemensen bevreesd zijn geweest voor rellen door WNC-ers tijdens het bezoek van de koninklijke familie aan Haren, op 30 april 1990. Of deze mening van de rechercheurs op harde feiten gestoeld was, valt anno 2016 niet meer te beoordelen.2 4. Het niet informeren van de familie 5. Het niet doorzetten van het verhoor van Satan In mei 1999 werd Satan door een Groninger rechercheur verhoord. Satan zat toen in een Berlijnse gevangenis gedetineerd. Er waren twee verhoorsessies. In de eerste sessie is Satan vooral aan het ontkennen, in de tweede sessie verklaart hij een aantal dingen die het zeer aannemelijk maken dat hij actief bij Marco's dood betrokken was. Wie het verhoorverslag leest krijgt de indruk dat Satan op het eind van die tweede sessie op het punt stond te breken.3 Vreemd genoeg is er toen geen derde verhoorsessie geweest. Waarom dat niet gebeurd is, blijft de vraag. 6. Het (wederom) niet vervolgen van liegende getuigen Ook in 1999 werd het politieonderzoek actief tegengewerkt door tenminste twee getuigen: Karin P. en Tabe K.. Alie B. beriep zich ditmaal op haar zwijgrecht – wat mag, maar wat gezien de ernst van het delict onbegrijpelijk is. Ze had, zonder strafrechtelijke consequenties, kunnen vertellen wat ze wist, en daarmee had de zaak opgelost kunnen worden. 7. Het stopzetten van het onderzoek in 2005 Het Cold Case Team van de politie Groningen onderzocht de zaak voor de derde maal in 2004 en 2005. De rechercheurs waren ervan overtuigd dat Marco vermoord was door de nieuwe vriend van zijn ex-vriendin. Ze hadden de hoop dat ze Satan middels een professioneel verhoor, met verbeterde verhoortechnieken, tot een bekentenis zouden kunnen bewegen. Ze hadden toestemming van hun Officier van Justitie (OVJ) om Satan van Duitsland naar Nederland te halen. Maar voor het zover kwam werden zij en de OvJ van de zaak gehaald – dit als 'collateral damage' van de Schiedammer parkmoordaffaire, waarbij de Groninger rechercheurs als klokkenluiders hadden opgetreden. De nieuwe OvJ vond het in 2005 niet langer opportuun om Satan te verhoren, en dus liep de zaak stuk.5 De grote vraag blijft: hoe zien politie en het OM anno 2016 deze zaak? Als een verjaarde doodslagzaak of als een onopgehelderde moord? Helaas weigert het Openbaar Ministerie, dat in deze ook het woord voor de politie voert, elke medewerking aan dit onderzoek.6 Noten
|

