DROOG
HOME   
UITGEVERIJ   
UTRECHT 
FONDS   
versie: 25 juni 2016


Online periodiek voor droge feiten | inleiding | voorpagina

De Zaak WNC


Vervolg | Kamervragen




---------------------

Vervolg

Op vrijdag 27 mei 2016 stelde PvdA-Tweede Kamerlid Ahmed Marcouch naar aanleiding van de publicatie van het artikel 'De ochtend dat Satan in Groningen huishield', vier vragen aan de minister van Veiligheid en Justitie, Ard van der Steur.

Deze beantwoordde de vragen op 21 juni 2016. Onderstaand de vragen van het Kamerlid en de antwoorden van de minister.

 

Vraag 1

"Kent u het bericht «De ochtend dat Satan in Groningen huishield. Een reconstructie van de moord op kraker Marco bij het WNC in Groningen, 1990»?" [1]
[1] http://regio.tpo.nl/2016/05/25/ochtend-satan-groningen-huis-hield/

Antwoord 1

"Ja, dat bericht is mij bekend."

Vraag 2

"Is er aanleiding om te veronderstellen dat de in het bericht genoemde persoon slachtoffer is van doodslag of moord? Zo ja, is dan vervolging nog mogelijk?"

Antwoord 2

"Indien sprake zou zijn geweest van moord zou het delict niet verjaren. Vooralsnog zijn er geen aanwijzingen dat sprake is geweest van moord.

Het onderzoek is in 2005 door het Openbaar Ministerie (OM) gesloten vanwege het ontbreken van voldoende opsporingsindicaties. Indien wordt uitgegaan van het delict doodslag, is het feit op 21 april 2005 verjaard."

Vraag 3

"Is er verband tussen enerzijds het in het bericht vermelde vertrek van een rechercheur en politiepsycholoog uit het Cold Case Team en de overplaatsing van de toenmalige officier van justitie en anderzijds het vervolg van het strafrechtelijk onderzoek? Zo ja, waaruit bestaat dit verband? Zo nee, waarom niet in hoe verhoudt zich dat tot hetgeen hierover in het bericht wordt gesteld?"

Antwoord 3

"Er is geen enkel verband tussen het verloop van het strafrechtelijk onderzoek (en de afdoening ervan) en de wijzigingen in het Cold Case Team.

In 2005 is door de officier van justitie die verantwoordelijk was voor het Cold Case Team op basis van de resultaten van het opsporingsonderzoek besloten het onderzoek te sluiten."

Vraag 4

"Is er recentelijk vanuit kringen van ex-krakers of andere informatiebronnen informatie over deze zaak bekend geworden die aanleiding kan zijn tot nader strafrechtelijk onderzoek? Zo ja, is of wordt deze zaak heropend en welke overwegingen spelen daarbij een rol?"

Antwoord 4

"Zoals opgemerkt in antwoord op vraag 2 zijn er geen aanwijzingen dat sprake is geweest van moord. Tot op heden ontbreken aanwijzingen in die richting. Er is dan ook geen aanleiding het onderzoek te heropenen."


 

Commentaar

Wat opvalt aan de antwoorden van de minister is dit:

[2] “onderzoek in 2005 gesloten vanwege het ontbreken van voldoende opsporingsindicaties. Indien wordt uitgegaan van het delict doodslag, is het feit op 21 april 2005 verjaard.”
[3] “Er is geen enkel verband tussen het verloop van het strafrechtelijk onderzoek (en de afdoening ervan) en de wijzigingen in het Cold Case Team. ”
[4] “In 2005 is op basis van de resultaten van het opsporingsonderzoek besloten het onderzoek te sluiten.”

Dat opsporingsonderzoek heeft – zover bekend - in 2005 namelijk niét plaatsgevonden. Het zou gaan geschieden, in de vorm van een verhoor van de hoofdverdachte, maar dat verhoor is afgeblazen - door een nieuwe Officier van Justitie (OvJ), ná het vertrek van de oorspronkelijke OvJ en de twee klokkenluidende politiemensen.

Het blijft dus onbekend of het nu moord of doodslag was.

Justitie bestempelde de zaak als doodslag, op basis van een aanname, en daardoor verjaarde de zaak. Terecht, onterecht? Wie het weet mag het zeggen.

 



Bronnen:

Vragen van Kamerlid Ahmed Marcouch
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2016Z10509.html
Antwoorden van minister Ard van der Steur.
Nummer 2016D25731. Publicatiedatum 21 juni 2016. Eerste ondertekenaar
G.A. van der Steur, minister van Veiligheid en Justitie
https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/
detail?id=2016D25731&did=2016D25731

naar boven

 



Naar beginpagina van De Zaak WNC

naar boven