Interview/recensie
Groninger Gezinsbode,
13-02-2009
door Herman Sandman
Bart FM Droog met nieuwe bundel
Hij leek rustiger geworden, bedachtzamer. Maar dat is schijn.
Bart FM Droog blijft een ‘angry young man', wel ouder, niet sadder.
Hij beleefde een keerpunt en nu is er een nieuwe bundel.
De indruk van
een rustiger bestaand wordt bevestigd door de titel: ‘Veldheer en andere
liefdesgedichten'. Liefdesgedichten? Bij Droog? Het had gekund. De eerste
Stadsdichter van Groningen (2002-2005) leeft immers een ander leven dan een paar
jaar geleden. Toen woonde hij op in een rommelig huisje in De Oosterpoort en
sloot zich zelfs een tijdlang af van de buitenwereld. Hij had genoeg van alles
en iedereen, het gezeur en gezeik. Nu woont hij samen in Eenrum en meldt op zijn
blog zelfs hoe de pompoenen er bij staan. Van buitenstaander tot een door het
goede leven ingekapseld mens. Zoals gezegd, niets is wat het lijkt: “Het
verkoopt gewoon beter als je vermeldt dat er liefdesgedichten in staan.
Vandaar.”
Dat wat er in
staat over intermenselijke relaties ligt inderdaad ver van bouqetpoëzie en is
herkenbaar als Droog: rauw, to the point en vooral van de lust. De bundel bevat
een greep uit wat de man vandaag de dag bezighoudt. In de hoofdstukken
‘Veldheer', ‘Iran', ‘Na de slag', ‘Over vogels, bomen en boeken', ‘Drenthe',
‘Groningen' en ‘Coda'. De liefde ja en het landleven, maar dood en verderf zijn
in ruime mate voorhanden, evenals de oorlog, kernachtig verwoord met kut, kloten
en fuckin', al wordt de poëzie daarmee tekort gedaan. Ondanks de heldere
directheid lijkt zijn poëzie taliger geworden.
De nieuwe
bundel wordt zaterdag vanaf drie uur, Valentijnsdag, gepresenteerd in Boekhandel
Van der Velde. Droog wordt geïnterviewd door Tsead Bruinja, die tevens een
verrassingsprogramma samenstelde. Veldheer en andere liefdesgedichten is de
vierde bundel van Bart FM Droog (1966), waarin Droog volgens de aankondiging:
‘zowel slachtoffer, ooggetuige als dader is, met allerlei nevenpersonages, van
Napoleon tot paus Benedictus XVI'.
Ontroerend
ook. Zoals de verwijzing naar ‘Oom Niek' in ‘Dwangzwanger'. “Niek is de oudste
broer van mijn vader, die naar Duitsland moest en uiteindelijk in
concentratiekamp Oranienburg belandde. Sinds het laatste oorlogsjaar is hij
vermist. Hoewel hij werd doodverklaard is mijn vader zijn hele leven op zoek
geweest. Hij reisde veel en overal waar hij Duitsers tegenkwam vroeg hij of ze
Niek Droog kenden.
”
Bart FM Droog
debuteerde in 1998 met ‘Deze dagen'. Daarna verschenen ‘Benzine' (2000) en
Radio-actief (2004). Hij werd vooral bekend met Dichters uit Epibreren (Johnny
van Doornprijs 2003) en met zijn online poëziedagblad Rottend Staal. Toen Gerrit
Komrij in 2004 vervroegd terugtrad als Dichter des Vaderlands organiseerde Droog
een tussentijdse verkiezing die werd gewonnen door Simon Vinkenoog. Hij was bij
de jongste verkiezing campagneleider van Tsead Bruinja.
“Tussen deze
en de vorige zitten bijna vijf jaar, ja. Al verschenen in 2005 wel de
bibliofiele uitgaven ‘Voorgoed voltooide Tijd' (De Hondsrug Pers), met gedichten
voor eenzame doden en ‘Het Cahier L.', geschreven in opdracht van Antwerpen
World Book Capital. Ik hou er wel van, een lange tijd. Dan kunnen de gedichten
wat bezinken.”
Dat gezegd
hebben kondigt Droog aan dat volgend jaar een bundel verschijnt met zijn
gedichten die hij maakte als Stadsdichter van Emmen. Opvallend is ook de
wisseling van uitgever. Van Passage naar De Contrabas: “Ik had de indruk dat de
interesse bij Anton Scheepstra er niet was. Hij informeerde nooit eens hoe het
er mee stond. En er zijn wat dingetjes gebeurd. Voor een gedicht voor een
bloemlezing met TT-gedichten werden we afgescheept met een entreekaartje. Ook
voor de presentatie van ‘Zeuvendaagse – Wandelen met schrijvers door Drenthe'
kregen we geen vergoeding. Ik ben daarom naar De Contrabas gegaan. Dit voelt
beter. Ik heb voor het eerst een serieuze redactie. Van een redacteur als
Chrétien Breukers krijg ik te horen als een gedicht bagger is.”
Ook de
verhoudingen met de collega's van Dichters uit Epibreren lijkt bekoeld, maar
volgens Droog is de groep ‘slapend'. “Er is wel contact met Jan Klug. Met Tjitse
Hofman iets minder. Hij gaat veel zijn eigen gang en dat gaat heel
goed.”
Met dichteres
Diana Ozon en gitarist Wil Schmal vormt hij De Drie Boeddha's. Die groep maakte
ook al een cd, Voorbindbuik, maar is volgens Droog anders: Epibreren is veel
meer gestoeld op improvisatie. Schmal maakt composities op gedichten. Dat ligt
veel meer vast. Wil kan dat ook wel, maar Diana is daar minder op
gericht.”
Ook zijn reis
naar Iran is verwerkt in twee gedichten: ‘Naar Iran' en ‘Geweten'. Hij was daar
met collega's op uitnodiging van het Ministerie voor Cultuur en Religieuze
Leiding: “Een heel fout ministerie natuurlijk, maar ik ben er wel heen gegaan.
Ik wilde het met land met eigen ogen zien. Bovendien was er een dichtersfestival
voor het Perzisch taalgebied. Teheran is een heel moderne stad, te vergelijken
met Londen, Moskou. Er lopen vrouwen met hoofddoeken, maar niet het hele gezicht
is bedekt. Daaronder zie je westerse kleding en de meest moderne schoenen. De
hoofddoek is verplicht, maar daar bestaat ook wel weerstand tegen. Ik had er
niet een overdreven gevoel van angst. In Saoedi-Arabië mogen vrouwen zelfs geen
auto rijden, terwijl dat een bondgenoot van Nederland is. Condoomgebruik wordt
er gepropageerd. Dat zie in Vaticaanstad nog niet gebeuren. Daarom ook een
gedicht als ‘Pastores Futuant', wat ‘laat de herders neuken' betekent. Want
waarom zou ik perse een anti-islam gedicht moeten schrijven?”
De Tweede
Wereldoorlog fascineert eveneens en klinkt in veel poëzie door. Bart FM Droog is
bezig met een onderzoek naar de Britse verliezen tijdens de luchtoorlog boven
Nederland in mei en juni 1940. “Er is hevig gevochten en er zijn veel Engelsen
gesneuveld. Ook Fransen trouwens. Wat ik vind zet ik op internet. Dat heeft een
doel: nabestaanden informeren wat er precies is gebeurd. Die fascinatie voor die
oorlog kan ik niet zo goed verklaren. Ja, de strijd tussen goed en kwaad, het
zwart/wit, de extreme ervaringen. Mijn vader was oorlogsinvalide en
getraumatiseerd, maar dat is geen verklaring. Geen van mijn broers of zussen
deelt mijn interesse. Voor mijn moeder, door wie ik grotendeels ben opgevoed,
was het overigens de meest leuke tijd van haar leven. Ze woonde in een gebied
waar geen hongersnood was en ervoer die periode als avontuurlijk. Na schooltijd
gingen ze zelfs handgranaten gooien.”